Soon more info

Close

About

ARTE VENTUNO ARCHIVES BRENGT BELGISCHE AVANT-GARDE NAAR BAD.
De bekende Hasseltse tentoonstellingsmaker, Frank Hendrickx, toont Felicien Rops, Paul Joostens, Frans Masereel en Jos Verdegem.
Avant-garde is de naam voor kunst die vernieuwing als kwaliteitscriterium heeft. Er is dan steeds sprake van een nieuwe vorm voor een nieuwe sociale boodschap.

Felicien Rops (1833-1898) was een symbolist, dwz een kunst die realistische beelden een emotionele betekenis meegeeft die de rauwe werkelijkheid overstijgt, met een sterke anti- clericale thematiek verweven met het erotische libertinisme zoals dat aan de Université Libre de Bruxelles gecultiveerd werd en met tevens een voorliefde voor het satanische. Hij verbleef ook vaak in Parijs. Zijn bekendste werk is Pornocrates : een geblinddoekte naakte dame gaat uit wandelen met een varken aan de leiband, symbool voor de complexe man – vrouw relatie.


Paul Joostens (1889-1960) is een van de belangrijke namen uit wat men de Antwerpse avant-garde noemt. Hij begon als symbolist , maar het is voorals als Vlaamse dadaïst dat hij naam maakte. Het dadaïsme was een stroming die met alle waarden wou breken vanuit de overtuiging dat de Grote Oorlog de grens van menselijkheid overschreden had. Met de artistieke waarden van een cultuur waarin de vernietiging rationeel gestuurd werd wenste het dadaïsme te breken. Joostens werd bekend met zijn assemblages van gevonden blokjes hout en voorwerpen. Nadien keerde hij terug naar een zeer eigenaardig soort schilderkunst, een eigen interpretatie van de gothiek met religieuze taferelen, die raar maar waar ook al eens blasfemisch konden zijn. Maar dat past bij de anarchist die hij was.


Frans Masereel (1889- 1972) is gekend voor zijn sociaal engagement. Kritisch tekent hij zijn omgeving, het leven van alledag. Arbeid, maar ook erotiek komen aan bod. Hoewel hij prachtige intieme schilderijen heeft gemaakt, is hij toch vooral bekend als meester in de houtsnijkunst. Hij had een internationale carrière.


Jos Verdegem (1897-1957), was een Gentse schilder die in de jaren twintig in Parijs verbleef en vandaaruit in de jaren dertig de stedelijkheid in de kunst terug bracht, nadat de expressionisten decennia lang het lof op het landelijke leven geschilderd hadden. Verdegem schilderde de charmante vrouw in haar intimiteit en weemoed, figuren uit het circus, kasteelparken, maar ook oorlogsslachtoffers. Aan de academie (KASK) had hij als leerlingen o.a. Camiel Dhavé, Roger Raveel en Pierre Vlerick. Jan Hoet die hij als kind mee naar tentoonstellingen nam, schrijft over hem in de cataogius bij de Retrosectieve in het Museum van Hedendaagse Kunst , nu precies 40 jaar geleden, het volgende: Persoonlijk heeft dit werk van Verdegem mij steeds getroffen door zijn rijkdom en verscheidenheid, die onder verschillende facetten tot uiting komen : we vinden er allerlei toen nog volkomen ongebruikelijke experimentele technieken (collages, montages, velerlei complexe mengtechnieken) zodat reeds veel werken hierdoor opnieuw een zekere actualiteit hebben. Hij bezat tevens een schitterende metierbeheersing waardoor hij alle opdrachten aankon.

Tekst: Willem Elias