Soon more info

Close

About

Ze verplaatsen zich over grenzen heen, zijn een symbool voor vrijheid.
Toch keren ze steeds weer huiswaarts.
Ze dragen deze thuis met zich mee, gemerkt voor het leven.
Want het is daar dat de liefhebber vol ongeduld wacht op hun terugkeer.
Van zodra de duif zijn landing inzet, haast de liefhebber zich op het pad. Het pad dat leidt naar een
‘kot’, een levenswerk van blauwe en roze panelen, groen gaas, gesapt hout en ramen met een
geschiedenis …
Terwijl hij dieper graaft ontrafelen er zich nieuwe verhalen.
Net als de archeoloog graaf ik in de alledaagse omgevingen. Aan de hand van materialen en objecten
die ik daarbij vind ontstaat een nieuw verhaal. Het lokale, alledaagse wordt daarbij in een breder
sociaal, cultureel en politiek perspectief geplaatst.
In de materialisatie daarvan wil ik mij niet beperken tot slechts één medium; binnen een installatie
kunnen textiel, keramiek, fotografie … elkaar af wisselen. Ik positioneer mij daarbij op het
grensgebied tussen toegepaste en autonome kunst.
In ‘een kleine opstand’, het afstudeerproject uit mijn textiel opleiding, trok ik op ontdekkingstocht in
de eigen nabije omgeving. Een dorp op het platteland gekenmerkt door koterij en de duivensport.
Binnen de kunst, design en mode laat men zich vaak inspireren door ‘andere’ niet-Westerse culturen.
Maar in een tijd waarbij we steeds meer evolueren naar één globale cultuur zie ik het als een uitdaging
om onze eigen cultuur te herontdekken. (quote Enwezor)
‘What might the shape of global culture look like today if there were no exotic cultures to discover or
faraway places to explore?’
Okwui Enwezor – Intense Proximity
Het toe-eigenen van een bepaalde omgeving is voor mij een manier om om te gaan met die omgeving
en de persoonlijke ervaringen die daaraan verbonden zijn. In een huidig onderzoeksproject vertrek ik
bijvoorbeeld vanuit een oude Engelse militaire site.
Vandaag zijn het ruïnes van strijdkracht, een herinnering aan conflict.
Onder de code naam ‘Operation Gondola’ verrezen in de jaren vijftig op verschillende plaatsen in de
Kempen militaire kampen. Tijdens de Koude oorlog heerste er door de dreiging een constante staat
van paraatheid. Deze transitiekampen maakten het voor de Britse soldaten mogelijk om sneller de
Duitse grens te bereiken. Na de val van de Berlijnse muur viel ook de dreiging weg en bijgevolg was
er geen nood meer aan deze militaire aanwezigheid.
Vandaag wachten deze plekken op een herbestemming.
Kamp A te Emblem, ooit het hoofdkwartier van ‘Operation Gondola’ biedt vandaag onderdak aan
lokale gemeentediensten en is een opleidingscentrum. Het zijn voornamelijk de architectuur en de
ontwerpplannen van dit kamp die me inspireerde.
Zo wordt de brute kracht van beton gecombineerd met geborduurd textiel. De borduursels zijn een
grafisch spel, uitvergrote ontwerptekeningen met verwijzingen naar de werking van het kamp. Waar
ook ruimte was voor educatie en zingeving. De betonnen structuren zijn schaalmodellen van
gebouwen die in hun abstractie eerder brokstukken lijken. In combinatie met kussens wordt de
suggestie gegeven van een zitobject.
Zitten is wachten, is een passief gegeven maar nodigt ook uit tot reflectie.
De dreiging uit de Koude oorlog is geweken maar ook vandaag nog worden grootmachten tegenover
elkaar uitgespeeld. Radicale gedachten duiken weer op. Open grenzen worden in vraag gesteld. Hoe
kunnen we ons verhouden tot de kwelgeesten uit het verleden die nog steeds ronddwalen?